De regels gelden sinds 10 februari 2026 en zijn bedoeld om vergunningen juridisch sterker te maken en de stikstofdruk op natuurgebieden te verlagen. Hieronder lees je wat er verandert.
1 Ongebruikte stikstofruimte telt niet meer mee
Bij een nieuwe vergunning kijkt de provincie naar wat je bedrijf echt gebruikt. Vergunde ruimte die je al langere tijd niet benut (ongebruikte/latente ruimte) wordt geschrapt. Die kun je niet meer inzetten voor uitbreiding of salderen.
Voorbeeld veehouderij: je hebt een vergunning voor 200 melkkoeien, maar houdt er 150. De ruimte voor 50 dieren telt niet meer mee bij een nieuwe aanvraag.
Kortom: uitbreiden op basis van oude, ongebruikte vergunningsruimte wordt daardoor moeilijker. Des te groter is het belang om je vergunde capaciteit regelmatig maximaal te benutten.
2 Intern salderen: 35% minder stikstof als uitgangspunt
Wil je binnen je eigen bedrijf schuiven met stikstofruimte, bijvoorbeeld door oude activiteiten te stoppen en iets nieuws te starten? Dan verwacht de provincie in principe dat je plan zorgt voor minimaal 35% minder stikstofneerslag op natuurgebieden.
Belangrijk daarbij is:
- 1) Eerst wordt de ongebruikte ruimte uit je vergunning gehaald.
- 2) Daarna moet je nieuwe situatie 35% lager uitkomen dan wat overblijft bij stap 1.
Soms is maatwerk mogelijk, bijvoorbeeld bij: PAS-melders, bedrijven die eerder al intern hebben gesaldeerd, tijdelijke situaties (maximaal 2 jaar) die worden opgelost door een definitieve beëindiging elders. Maar 35% minder stikstof is het uitgangspunt.
3 Extern salderen: je mag nog maar 35% gebruiken
Neem je stikstofruimte over van een bedrijf dat stopt of krimpt? Dan mag je nog maar 35% van die ruimte gebruiken voor je eigen plan. De overige 65% blijft achter: 35% daarvan wordt ingezet voor natuurverbetering en 30% is een veiligheidsmarge (bijvoorbeeld voor rekenverschillen).
Het is in veel situaties - door de forse afroming - minder efficiënt dan voorheen. Wel wordt extern salderen op basis van deze regeling weer mogelijk gemaakt.
Extra streng bij ‘nee-tenzij’-gebieden
Ligt je bedrijf of project in de buurt van een Natura 2000-gebied met een zogenoemd ‘nee-tenzij’-regime? Dan kijkt de provincie extra kritisch. Nieuwe stikstofbelasting is daar alleen mogelijk als je goed kunt uitleggen waarom dat echt nodig is. Een duidelijke aanpak vooraf is dan belangrijk.
Uitzonderingen zijn mogelijk, maar zeer beperkt
In bijzondere situaties kan de provincie afwijken van de regels als die onevenredig uitpakken. Dat gebeurt alleen als het doel – minder stikstof op natuur – zo goed mogelijk overeind blijft.
Wat betekent dit voor jouw plannen?
Heb je voor jouw plannen een natuurvergunning nodig? Dan is het slim om op tijd na te gaan:
- of er ongebruikte ruimte in je huidige vergunning zit;
- of je plan raakt aan een nee-tenzij situatie;
- welke route het meest haalbaar is: intern salderen, extern salderen of een andere aanpak.
Hulp nodig? Van Dun Advies helpt graag met inzicht in de werkelijke vergunningsruimte, stikstofstrategie, berekeningen en begeleiding bij een vergunningaanvraag. Neem gerust contact met ons op voor een korte verkenning van je situatie.