04-06-2025

Brabants verbod op latente stikstofruimte roept juridische vragen op

Veehouders in Noord-Brabant dreigen stikstofrechten te verliezen zonder dat hun vergunning formeel wordt ingetrokken. De provincie wil per 1 juli 2026 het gebruik van zogeheten ‘latente stikstofruimte’ verbieden, terwijl ondernemers nog steeds over geldige natuurvergunningen beschikken. Van Dun Advies wijst op de juridische onduidelijkheid die dit beleid oproept en pleit voor heldere, toetsbare regels.

 

“Het is van belang dat ondernemers weten waar ze juridisch aan toe zijn,” zegt Chris van der Heijden, bedrijvenadviseur van Van Dun Advies. “De vergunningen worden niet ingetrokken, maar mogen straks niet meer worden benut. Dat roept de vraag op wat een vergunning dan nog waard is.”

Wat is latente stikstofruimte?
Het gaat om stikstofruimte die vergund is, maar in de praktijk niet meer wordt gebruikt. Bijvoorbeeld voor leegstaande stallen of bouwrechten die nooit zijn gerealiseerd. Volgens het ontwerpbesluit van de provincie mag deze ruimte vanaf 1 juli 2026 niet meer worden ingezet als een stal drie jaar leegstaat of niet binnen 3 jaar na vergunningverlening is gebouwd.

Een gebruiksverbod
De provincie kiest voor een constructie waarbij de vergunning juridisch blijft bestaan, maar het gebruik ervan wordt verboden. Volgens Van Dun Advies creëert dat een grijs gebied dat tot onzekerheid en juridische procedures kan leiden.

“Met een gebruiksverbod via de omgevingsverordening blijft onduidelijk op welk moment een verbod juridisch ingaat en hoe het gehandhaafd wordt. De vergunning blijft formeel bestaan, maar mag zonder formele intrekking toch niet meer (volledig) worden benut. Dat maakt het lastig voor ondernemers om weloverwogen beslissingen te nemen over hun toekomst. Bovendien is het raar dat er voor de veehouderij strenge maatstaven gelden en er geen maatwerk mogelijk is, zoals bij andere sectoren.”

Geen zorgvuldige belangenafweging
Van der Heijden mist bovendien een zorgvuldige belangenafweging bij de intrekking van de vergunning. Volgens hem handelt de provincie niet zorgvuldig. ““Bij het verlenen van een vergunning vindt een uitgebreide beoordeling van een aanvraag plaats. Wanneer een overheid de verleende vergunning intrekt, dan moet zij daarbij een belangenafweging maken. Dan worden alle belangen tegen elkaar afgewogen, die van de natuur of omgeving, maar ook van de vergunninghouder.” aldus Van der Heijden. “Deze aanpassing van de omgevingsverordening heeft dezelfde werking als een intrekkingsbesluit, maar er vindt geen belangenafweging plaats. Dat is niet zorgvuldig.”

Wat moet ondernemer bij controle aantonen?
Nog niet eerder heeft een provincie via een generieke regel een streep door verleende vergunningen geprobeerd te zetten. Er zijn volgens de bedrijvenadviseur grote juridische bezwaren tegen deze werkwijze. "Deze regel leidt tot grote juridische onzekerheid; moet een ondernemer na 1 juli 2026 bij een controle gaan aantonen dat hij binnen 3 jaar na afgifte van zijn vergunning een stal heeft gebouwd én in gebruik genomen? Iedereen weet dat het verkrijgen van alle benodigde vergunningen voor een plan vaak al vele jaren duurt. De kans bestaat dus dat de natuurvergunning 3 jaar oud is voordat de schop de grond in kan."

Zienswijze en overleg
Van Dun Advies heeft een zienswijze opgesteld om de zorgen over het ontwerpbeleid kenbaar te maken. “We pleiten voor een transparant beleid waarin de rechtspositie van ondernemers gerespecteerd wordt We stellen de bevoegdheid van de provincie om ongebruikte vergunningen in te trekken niet ter discussie, maar daarbij moeten wel de juridische spelregels worden nageleefd”, zegt Van der Heijden. “Daarmee voorkom je dat ondernemers pas achteraf ontdekken dat wat hun vergunning feitelijk nog waard is.”

Advies aan ondernemers
Veehouders die een vergunning hebben voor een niet gebouwde stal of hun bedrijf langere tijd stil hebben gelegd, doen er volgens Van Dun Advies goed aan hun situatie juridisch te laten toetsen. “In sommige gevallen kan het zinvol zijn om vóór 1 juli 2026 alsnog te starten met de activiteit.
In andere gevallen is het mogelijk om stikstofruimte in te zetten voor andere doeleinden. Maar dan moet dat wel voor 1 januari 2025 gestart zijn én daarvoor moet voor 1 juli 2026 een natuuraanvraag gedaan zijn. In andere gevallen is het mogelijk om stikstofruimte in te zetten voor andere doeleinden. Dan is het zaak om tijdig een vergunningaanvraag in te dienen.”

Meer informatie?
Wil je weten wat dit voor jouw bedrijf betekent? Neem dan contact met ons op – we helpen je graag met advies op maat of het opstellen van een zienswijze.

Ik wil contact